|
Dat d’eigenaar de tuin vrij noem’,
Naar zijnen naam, een Vollen Hof,
Daar ieder boom, en bladt, en bloem
Vol stofs is van zijn scheppers lof.
Deze regels schreef de dichter-predikant Johannes Vollenhove in 1686, om te gebruiken als opschrift boven een tuinpoort. Misschien waren ze bedoeld voor zijn eigen tuin in Den Haag, of voor die van zijn broer Bernard, die burgemeester van Kampen was.
Maar het gedichtje zou ook heel toepasselijk zijn geweest voor de buitenplaats van de zoon van de dichter. Deze Arnold Vollenhove, die klerk was bij de provincie Overijssel, kocht in 1710 een erf met landerijen buiten de stad om als buitenplaats te gebruiken. Dat deden in die tijd veel prominente burgers van Kampen.
Het erf, gelegen in het oosten van Oldebroek, werd in 1680 nog omschreven als ‘huis, hoven en hoffstede’, met ‘hooch en leech lant’. De nieuwe eigenaar liet er ‘allees en bossen, eiken bomen en eiken akkermaalshout’ planten. Hij verbleef er in de zomer met zijn gezin en woonde ’s winters in Kampen.
Zijn dochter Gesina Catharina erfde het buiten van haar ouders. Na haar huwelijk in 1733 met de stadssecretaris Frans Lemker werd het landgoed gewoonlijk aangeduid als ‘Secretaris Lemker’. Die naam bleef twee generaties in zwang, want ook hun zoon Arend Jan, die het landgoed overnam, was tientallen jaren secretaris van de stad Kampen.
Pas in 1795 komen we in de archieven voor het eerst de naam Vollenhof tegen. Het landgoed heeft dan al grotendeels de huidige vorm, met een gracht om het huis en de grote moestuin, omringd door wei- en bouwlanden, lanen en eikenbosjes.
Frans Lemker
De laatste telg van de familie Lemker in de regering van Kampen was Arend Jans enige zoon Frans Lemker. Hij was burgemeester van de stad in het tweede kwart van de negentiende eeuw en geruime tijd ook Tweede Kamerlid.
Rond 1825 liet hij het oude huis slopen en vervangen door het huidige. Ook het koetshuis en de broeibakken werden toen gebouwd. De rode beuken en de tulpenboom in de tuin zullen eveneens van die tijd dateren. Bij zijn dood in 1858 sprak hij de wens uit, dat de grote laan die hij had geplant gedurende dertig jaar niet zou worden gekapt.
Zijn veel jongere vrouw overleefde hem vijftig jaar. Zij bleef kinderloos. Na bijna twee eeuwen in de familie te zijn gebleven, werd het landgoed uiteindelijk verkocht. Bij de openbare verkoping in 1908, in het koffiehuis de Nieuwe Eikelboom aan de straatweg te Oldebroek, werd het aangeprezen als:
“Het Heerenhuis De Vollenhof met Oprijlaan, Voor- en Achtertuin, steenen Koepel, Koetshuis, Veestalling, groote Moes- en Bloementuin waarin vele Vruchtboomen, uitgestrekte Wandelbosschen met fraai opgaand Geboomte en Hakhout; twee boerenhofsteden alsmede diverse perceelen Bouw- Wei en Hooiland.”
De meeste bomen werden gekapt; het hout bracht meer op dat de rest van het landgoed bij elkaar. De grote bomen in de tuin, de oude eiken voor de boerderij en enkele majestueuze beuken bleven gespaard.
De uitgebreide schilderijenverzameling, bibliotheek en familiemanuscripten van de familie Lemker werden in kavels verkocht en vielen uiteen. Hetzelfde lot trof bijna ook het landgoed, maar een rijke buurman voorkwam dat.
Nieuwe eigenaren
Deze eerste koper was burgemeester Van Asch van Wijck van Oldebroek, die op Oldhorst woonde en de naastgelegen Vollenhof in gebruik nam als tuinmanswoning en oranjerie. Hij vertrok al na enkele jaren uit Oldebroek. De volgende eigenaar, Louis Hora Siccama, richtte het weer als herenhuis in. Op de schouw in de hall pronkt nog zijn familiewapen.
In 1921 werd René van Bylandt eigenaar van de Vollenhof. Het landgoed was inmiddels wel wat kleiner geworden: 56 hectare.
In de oorlog bleef het huis leeg staan. Blijkbaar was het niet groot of comfortabel genoeg om er Duitse officieren in te kwartieren, zoals bij andere landhuizen in de omgeving wel gebeurde. Mede daardoor kon de pachter Wichert Kragt jarenlang een groep Joodse onderduikers verborgen houden in de hooischuur van de boerderij.
Boer Kragt was meer dan vijftig jaar pachter op de Vollenhof. Hij was een markante persoonlijkheid, die velen in de omgeving zich nog herinneren.
Na de oorlog werd de Vollenhof verhuurd. In 1960 liet de weduwe van Van Bylandt het landgoed na aan de huidige eigenaren. Zij gebruiken het sindsdien als buiten- en vakantieverblijf. Daarnaast wordt het huis regelmatig verhuurd als groepsaccommodatie.
|